Een schrijver is een ruiter

donderdag 4 mei 2017

Niemand heeft ooit een tekort aan verhalen. Ons leven hangt ervan aan elkaar. Van in de wieg worden we eindeloos verteld en herverteld. Die verhalen vertellen ons: wie we zijn, waar we vandaan komen, hoe we ons al dan niet behoren te gedragen. Van onze ouders willen we keer op keer het relaas van onze geboorte horen; op oma’s lieve kraakstem reizen we terug naar een gezapige wereld waar wij nog toekomst waren; op school vernemen we onze verwantschap met een slimme aap die op een goede dag rechtop ging lopen, terwijl ons in de kerk wordt voorgehouden dat we rechtstreeks afstammen van een door God geschapen mensenpaar; in ziekenhuis, sportclub of kroeg leren we zelfs onze meest intiemste gevoelens en lichamelijke ervaringen onder woorden te brengen, in de vorm van ziektegeschiedenissen, straffe anekdotes, roddels en wedstrijdverslagen. Zonder al die verhalen zou het werkelijk onmogelijk zijn een eigen identiteit te creëren of enige zin in het menselijk bedrijf te ontdekken.

Maar als iedereen al voortdurend grote en kleine verhalen rondstrooit, wat rest een schrijver dan in vredesnaam nog om te doen? Een schrijver moet – paradoxaal genoeg – vóór alles zien los te komen van diezelfde verhalen, er afstand van nemen om te begrijpen hoe ze onze handel en wandel bepalen. Pas dan zal de schrijver doorzien hoe die levensnoodzakelijke verhalen werken, welke gebeurtenissen ze wel en welke ze niet belichten, hoe ze in de stroom der dingen een duidelijk begin en einde aanbrengen, wie ze de rol van held en wie die van booswicht toebedelen. De Amerikaanse essayiste Rebecca Solnit vat deze afhankelijkheid van verhalen voor ons zelfbeeld en de mogelijke bevrijding daarvan treffend samen:

 

“We think we tell stories, but stories often tell us, tell us to love or to hate, to see or to be blind. Often, too often, stories saddle us, ride us, whip us onward, tell us what to do, and we do it without questioning. The task of learning to be free requires learning to hear them, to question them, to pause and hear silence, to name them, and then to become the storyteller.”

 

Alleen wie het juk van de verhalen heeft afgeschud, zich er niet willoos meer mee identificeert, kan ze zelf naar zijn hand zetten en een heuse verhalenverteller worden. Bijna dagelijks merk ik hoe moeilijk die opgave is. Sinds mijn terugkeer uit Canada, eind oktober 2016, ben ik namelijk veel aan het schrijven. Op zich niets nieuws natuurlijk… Ik kan me nauwelijks nog een moment herinneren, waarop ik niet aan het een of andere artikel, essay of reisverslag zat te sleutelen. Toch voelt het ditmaal heel anders en nieuw voor me, omdat ik het er eindelijk op wil wagen een eerste roman te schrijven. In gedachten speel ik al vele jaren met dit plan, en ook het onderwerp ligt al even lang vast: de roman moet een evocatie worden van het tiental maanden dat ik, kort na mijn middelbare schooltijd, in de prachtige Poolse stad Wroclaw doorbracht. Maar juist omwille van deze overwegend autobiografische inslag voel ik nu, onder het schrijven, het juk van mijn eigen narratieve zelfbeeld zwaar op me drukken.

Het verhaal an sich is niet bijster complex, en zou vermoedelijk wel de nodige lezers kunnen aanspreken: twee blinde jongens trekken naar een onbekend buitenland waar ze taallessen gaan geven aan een ouderwets blindeninstituut; er wachten hen tal van verrassingen, beklijvende ontmoetingen, maar even goed frustraties en teleurstellingen. Het is het verhaal van een volwassenwording vanuit een ongewoon perspectief, zou je kunnen zeggen, maar wat als jij eén van die jongens bent en het dus om jouw volwassenwording gaat? Ik heb zo vaak over dit Polen-avontuur verteld, aanvankelijk - terwijl het nog in volle gang was - in brieven aan het thuisfront, nadien veeleer in introductieteksten en –gesprekken waar ik het presenteerde als een scharnierpunt in mijn persoonlijke ontwikkeling (zo ook op deze website).

Echter, om deze belangrijke episode uit mijn levensverhaal tot een roman om te smeden moet ik er nu met emotionele distantie naar leren kijken. Mensen van vlees en bloed moeten interessante personages worden en daartoe is het soms nodig meerdere individuen in één karakter samen te voegen. Betekenisvolle voorvallen dienen in pakkende scènes gegoten. Het plot hoeft zeker geen slaafse kopie van de reële gang van zaken te zijn. En, last but not least, je dient je eigen jongere zelf aan een genadeloos onderzoek te onderwerpen, met oog voor zijn sterke kanten evenals voor zijn zwakheden en twijfels. Schrijven is een innerlijk gevecht dat je alleen met jezelf en de verhalen kunt beslechten. Toch heeft Solnit gelijk dat het ook bevrijdend werkt om de teugels zelf ter hand te nemen en, in de mate van het mogelijke, de verhalen eens voor jou te laten draven in plaats van andersom.

Andere onderwerpen in de categorie Bespiegelingen:

Breekbaarheid

10 december 2016
Schrijven is woorden breekbaar maken, ze met een air van harde bestendigheid omhullen,
LEES MEER

John Hull: de tragiek en zin van blindheid

15 augustus 2014
Ik lees momenteel het dagboek waarin de in Birmingham woonachtige, Australische theoloog John Hull verslag doet van zijn definitieve gezichtsverlies midden jaren tachtig.
LEES MEER

Nachtelijke poëtica

09 augustus 2013
Soms gisten en borrelen er allerlei ideeën in je hoofd maar vinden ze geen uitweg.
LEES MEER

Ethiek van de aandacht bij Krishnamurti en Weil

31 mei 2013
De enige revolutie schuilt in het loslaten van het denken en het waarnemen van wat er werkelijk is, stelt de Indiase wijze J. Krishnamurti.
LEES MEER