Coronale kanteling

woensdag 25 maart 2020

Op anderhalve meter schijn je
verderaf dan ooit, ongenaakbaar
voor elkaar, amper adem voor onszelf,
mijn hand verdacht, jouw armen geweerd.

Toch ben je op anderhalve meter
dichterbij dan we eens konden dromen,
samen in Wuhan, Bergamo, Brussel,
tot stilstand gekomen onder een lucht
die van ons hels verkeer genezen wil.

Op anderhalve meter sterf je
met velen, alleen op de ic, omringd
door snuivende slangen en machines;
dan wel ontheemd in bomvolle kampen,
weggestopt onder smerig tentdoek
dat je van de verhoopte hemel scheidt.

Toch zorg je op anderhalve meter,
Held(in) van deze tijd, in witte jas,
dag en nacht voor ons, je vreemde naaste;
luister je zacht naar die eenzame pijn
in je mobiel; en speel je, met dat lied
uit je raam, de stille kramp uit ons hart.

Op anderhalve meter ruik je
de rijpe angst in mijn winkelwagen,
gesmoord onder massa’s toiletpapier,
bergen rijst en schichtige blikken;
hoe hard ik ook druk, stapel of negeer,
telkens grijpt het me weer bij de keel.

Toch deel je op anderhalve meter
mijn wankelen over kruiende grond;
staan we plots beiden in het lentepunt,
het nu van het warme wederzijds,
zonder morgen of voorheen, waar alles
kantelt naar het licht - van herbeginnen.

Op anderhalve meter loop je,
je glimlach gemaskerd, voorbij,
beducht voor mijn nabijheid, ons bestaan
in een wereld waar ziekte heersen kan.

Toch zijn we op anderhalve meter
nu nooit meer deelbaar door twee, want één
voor wie de ware aanraking niet schuwt,
waardoor de afstand tussen ons ontbloeit
in onderling kwetsbaar durven zijn.

Andere onderwerpen in de categorie Literair werk:

Vermist spiegelkind

24 maart 2019
(Eerste prijs dr. Alam Darsono-verhalenwedstrijd 2019) Staat u even stil, beste bezoeker, want hier lig ik dan, voor u, in klei.
LEES MEER

Ik ben twee: de verstrooide waarneming in Pessoa’s Boek der rusteloosheid

21 december 2015
(Essay verschenen in Wijsgerig Perspectief 55.4 2015, pp. 17-23) Het zal niemand zijn ontgaan dat in kroegen en restaurants de smartphone een vaste en veeleisende tafelgenoot is geworden.
LEES MEER

De onzichtbare foto van Benjamin Péret

03 januari 2013
(Essay verschenen in Vooys, 31.1 2013, pp. 73-76) Onlangs vroeg een kunstfotograaf me welke rol fotografie in mijn onderzoek speelt. Op het eerste gezicht is het niet bepaald een pertinente vraag voor een blinde literatuurwetenschapper als ik.
LEES MEER

Een vormloze zee van modder en tijd: over Godenslaap van Erwin Mortier

29 mei 2011
(Essay verschenen op ROND1900) Schrift na schrift heeft Helena Demont, de ik-verteller van Godenslaap, haar leven lang gevuld met mijmeringen en gedachten.
LEES MEER

Toen de toerist nog een echte reiziger was

04 mei 2011
(Essay verschenen op ROND1900) Het massatoerisme zoals we dat tegenwoordig kennen is een vrij recent verschijnsel, dat spreekt.
LEES MEER

Vicente Huidobro: herleid tot een lied van louter syllabes

10 april 2011
(Essay verschenen in Poëziekrant, 35.4 2011, pp. 64-70) ‘De dichter is een kleine God’ luidt de titel van een onlangs gepubliceerde bloemlezing van de 150 mooiste gedichten in het Spaans. Deze titel is ontleend aan de "Ars poëtica" van de Chileense dichter Vicente Huidobro (1893-1948) en drukt heel kernachtig diens onwankelbare geloof in de…
LEES MEER

De ontmoeting

05 januari 2010
(Kort verhaal verschenen in De Brakke Hond, 105 2009) Vreemd dat jouw woordeloze verschijning voor mij louter in taal herrijzen kan. Een taal die puntig onder mijn vingertoppen moet groeien, dezelfde vingertoppen waarin de herinnering woekert aan de holte van je elleboog, de zachte belofte van je kleine oorschelp schuilgaand achter zonverhi…
LEES MEER

De maskerade van het geslacht: over Travestie van Mircea Cartarescu

03 oktober 2009
(Ongepubliceerd essay) Voor de 34-jarige auteur Victor, de ik-verteller van Mircea Cartarescu’s roman Travestie (1996), is schrijven allerminst een vermakelijk tijdverdrijf. Dit wordt gelijk duidelijk uit zijn ietwat lugubere beginselverklaring:
LEES MEER